Alle stappen bij een kunstgebit aanmeten

Een kunstgebit moet goed zitten. Daarom wordt het helemaal op maat gemaakt. Een kunstgebit aanmeten, verloopt in verschillende stappen waarbij eerst de vorm van uw mond en kaken in kaart wordt gebracht. Zo kan er een prothese worden gemaakt die perfect aansluit, zodat u goed kunt praten en eten met het kunstgebit. Het aanmeten van een kunstgebit gaat meestal in vijf stappen.

Eerste stap bij kunstgebit aanmeten: afdruk maken

Tijdens de eerste afspraak wordt er een afdruk gemaakt van uw kaken. Hiervoor wordt een standaard afdruklepel gebruikt en materiaal dat na een minuut hard wordt in de mond. Sommige mensen worden misselijk als hun mond zo vol zit met een lepel en afdrukmateriaal. U kunt dit helpen te voorkomen door niet al te diep in te ademen als de afdruklepel in uw mond zit. Van te voren oefenen helpt ook. Doe bijvoorbeeld een paar keer de volgende oefening:

  • Neem een grote slok water;
  • Slik het water niet door;
  • Ga een minuut op bed liggen terwijl u het water in de mond houdt.

Zo kunt u vast wennen aan het volle gevoel in de mond.

Tweede stap bij kunstgebit aanmeten: definitieve afdrukken

Op basis van de eerste afdruk, is er een paslepel gemaakt die precies past bij de vorm van uw mond. Hiermee maakt de tandarts of tandprotheticus nog twee afdrukken: eenmaal met een wat dikker, steviger afdrukmateriaal en eenmaal met een wat dunner afdrukmateriaal. Door de op maat gemaakte lepel kan de vorm van de kaak nauwkeurig worden vastgesteld, net als de spieraanhechtingen op de kaak. Zo kan de tandarts of tandprotheticus goed beoordelen waar de rand van het kunstgebit moet komen. Dat zorgt voor een optimaal draagcomfort en een goede pasvorm van de prothese.

Derde stap bij kunstgebit aanmeten: beetbepaling

Tijdens de derde afspraak worden er beetplaten gemaakt op basis van de definitieve afdrukken van de onder- en bovenkaak. Dit is een essentiële stap bij het kunstgebit aanmeten. Hiermee kan de tandarts of tandprotheticus de positie van de boven- en onderkaak ten opzichte van elkaar bepalen. Dus hoe diep u dichtbijt, maar ook hoe de kaken precies recht boven elkaar staan. Dit is belangrijk, omdat de kaakgewrichten alleen goed kunnen functioneren als de kiezen recht op elkaar komen en niet naar links of rechts glijden bij het dichtbijten. Een goede beetbepaling voorkomt slijtage van de kaakgewrichten, dat klachten als pijn bij of in de oren of knakkende geluiden in de kaak tijdens het kauwen kan veroorzaken.

Bij deze afspraak worden (uiteraard in overleg met u) ook de kleur, de vorm en de positie van de tanden in de prothese bepaald. Hierna kan de tandtechnicus een eerste pasmodel van de prothese maken.

Vierde stap bij kunstgebit aanmeten: passen in was

Het nieuwe kunstgebit wordt eerst in was gemaakt. De tanden en kiezen zitten daar al wel in, maar de rest van de prothese is dus nog niet definitief. De tandarts of tandprotheticus kan het model nog enigszins aanpassen door de was te verwarmen. Zo kunnen de tanden en kiezen bijvoorbeeld nog een fractie worden verschoven. Is de kleur of vorm van de tanden of kiezen niet helemaal naar wens, dan kan dat nu ook nog worden aangepast. Tenslotte wordt ook gecontroleerd of de beet goed is.

Vijfde stap bij kunstgebit aanmeten: plaatsen

Bij de laatste afspraak is uw nieuwe kunstgebit klaar. Uw behandelaar zal eerst controleren of er geen zere plekken zijn of scherpe randjes. Ook zal de beet gecontroleerd en eventueel nog wat gecorrigeerd worden. Meestal voelt uw nieuwe kunstgebit vreemd aan. Het duurt een paar weken voordat u er helemaal aan gewend bent. Een kunstgebit aanmeten is altijd precisie handwerk maar hoe nauwkeuriger het gedaan wordt, hoe sneller het went. Tijdens deze afspraak zal de tandarts of tandprotheticus u ook uitleg geven over het schoonmaken van het kunstgebit. Een goede verzorging van het kunstgebit en de mondholte is belangrijk om klachten als een slechte adem te voorkomen.

Eventuele vervolgafspraak bij het kunstgebit aanmeten: nazorg

In de weken na het plaatsen van uw nieuwe gebitsprothese kan het gebeuren dat er drukplaatsen ontstaan. Leg het nieuwe gebit niet direct uit, want vaak gaat dit na een dag over. Als het niet over gaat na een aantal dagen of heel erg pijn doet, dan kan de tandarts of tandprotheticus het gebit eenvoudig aanpassen. Ook een iets te lange rand of een te lange verhemelteplaat is eenvoudig te verhelpen. Neem bij aanhoudende klachten dus altijd even contact op met uw behandelaar.

Bronnen en referenties